
De plannen waren er voor het weekend al: schaatsen. Alleen het weer even afwachten. De vrieskou bleef aanhouden, de sneeuw kwam zelfs vrijdag ons land bezoeken en vandaag wisten we het zeker: ‘s middags heerlijk het ijs op. Zo gezegd, zo gedaan. Even wat geregel rondom de schaatsen, want zoiets heb ik uiteraard niet in mijn bezit. Gelukkig zijn er ze in de familie van vriendje in overvloed. Precies genoeg voor iedereen. Om half twee op weg, na enkele doemgedachten van mij: ‘is het ijs wel echt sterk genoeg?’ Zie, ik vind schaatsen leuk. Geweldig zelfs, maar in een wak terecht komen, is niet mijn favoriete bezigheid.
Zo rond kwart voor twee stonden we op het ijs. Ja, stonden. Schaatsen ging namelijk niet. Het ijs was prima, in de verte zagen we mensen grote rondes maken. Geen probleem. De schaatsen die onder mijn voeten zaten echter wel. Zwakke enkels, ik kon met geen mogelijkheid staan. Vastgeklamd aan vriendje weer terug naar de kant. Andere schaatsen aan en ineens was ik een paar meter verderop. Het was een tijdje geleden. Zeg maar gerust jaren, maar schaatsen ging zo slecht nog niet. Alleen remmen in het begin niet een groot succes, even wennen. Het eerste stuk hand in hand met vriendje, gezamelijk het ijs op. Een stukje schaatsen en weer terug. Daarna toch een grote ronde gemaakt, met de stroom mee. We waren gewaarschuwd voor de kou en de wind aan op de ‘terugweg’, maar dat viel naar mijn mening behoorlijk mee. Voor het eerst in mijn leven had ik het bij 2 graden onder het vriespunt gewoon warm. Handschoenen uit, muts af. Schaatsen maar.

Na anderhalf uur hielden we het voor gezien. Met een enorme loopneus de auto in, terug richting Heerenveen. Weer lopen na het schaatsen was wennen, een vreemd gevoel. Een leuk middagje uit. Iets wat niet geheel normaal voor mijn doen is. Ik ben nooit een buitenmens geweest. En ik had niet eens heel erg last van mijn voeten.